regel13: De vrije worp
Een vrije worp moet worden toegekend bij:
-
a) foutief wisselen of het tegen de regels betreden van het speeloppervlak (4:4-6)
b) fouten van de doelverdediger (5:7-10, 5:13)
c) fouten van veldspelers in het doelgebied (6:2a-b, 6:4)
d) fouten bij het spelen van de bal (7:2-4, 7:7, 7:8)
e) opzettelijk spelen van de bal over de achter- of zijlijn (>6:7c, 7:9)
f) passief spel (7:10)
g) overtredingen betreffende het gedrag ten opzichte van de tegenstander (8:3, 8:5)
h) foutief gedrag bij de beginworp (10:3, 10:4)
i) foutief gedrag bij de inworp (11:4)
k) foutief gedrag bij de uitworp (12:4)
l) foutief gedrag bij de vrije worp (13:3, 13:4)
m) foutief gedrag bij een 7 - meterworp (14:3-5, 14:7)
n) foutief gedrag bij de scheidsrechtersworp (15:4)
o) fouten bij de uitvoering van de formele worpen (16:2-5)
p) onsportief gedrag (8:4, 8:6, 17:1d)
q) gewelddadigheden (8:7, 17:7-9)
- De vrije worp wordt zonder fluitsignaal (zie echter 16:3a - h) uitgevoerd in principe op de plaats waar de
overtreding heeft plaatsgevonden.
Ligt de plaats waar de overtreding is begaan bij een vrije worp voor het aanvallende team tussen de doelgebiedlijn en
de vrije worp - lijn, dan moet deze vrije worp worden uitgevoerd op de dichtstbijzijnde plaats direct buiten de vrije
worp - lijn.
- Bevindt zich een aanvaller met de bal op de juiste plaats, dan is het hem niet toegestaan de bal neer te leggen
en weer op te pakken of te stuiten en weer te vangen (13:1l).
- Bij de uitvoering van een vrije worp mogen de spelers van het aanvallende team de vrije worp - lijn niet aanraken
of overschrijden (16:1).
Bevinden zich tijdens de uitvoering van een vrije worp medespelers van de werper tussen de doelgebiedlijn en de
vrije worp - lijn, dan moeten de scheidsrechters deze foutieve opstellingen corrigeren, als deze van invloed zijn op
het spel (16:1).
In een dergelijk geval wordt hierna het spel hervat met een fluitsignaal (16:3c).
Raken of overschrijden de spelers van het aanvallende team bij een vrije worp, waarvan de uitvoering is toegestaan
door een fluitsignaal, de vrije worplijn voordat de bal de hand van de werper verlaten heeft, dan moet een vrije worp
voor het verdedigende team worden toegekend (13:1l).
- Bij de uitvoering van een vrije worp moeten de spelers van de tegenpartij minstens 3 meter van de werper
verwijderd zijn; bij een uitvoering aan de vrije worp - lijn mogen zij zich echter aan de doelgebiedlijn opstellen.
- De scheidsrechters mogen bij een overtreding van het verdedigende team geen vrije worp toekennen als daardoor
het aanvallende team wordt benadeeld.
Wordt een speler van het aanvallende team door een overtreding zodanig benadeeld dat zijn team de bal verliest, dan
moet altijd minstens een vrije worp worden toegekend.
Als een speler ondanks een overtreding de volledige controle over de bal en zijn lichaam behoudt, dan mag geen
vrije worp worden toegekend.
- Wordt het spel onderbroken zonder dat er een overtreding is begaan en is er een team in balbezit, dan moet
het spel na een fluitsignaal door het balbezittende team met een met de spelsituatie overeenkomende worp worden hervat
op de plaats waar zich de bal bevond bij de onderbreking (16:3a).
- Bij een beslissing tegen het balbezittende team moet de bal direct worden neergelegd, als een speler van dat
team nog in balbezit is (17:3d).
|