regel 19: De secretaris en de tijdwaarnemer

  1. De secretaris controleert het wedstrijdformulier (alleen de spelers die daarop vermeld zijn, zijn tot deelname gerechtigd) en samen met de tijdwaarnemer het betreden van het speeloppervlak door aanvullende of tijdelijk uitgesloten spelers.


  2. Hij vermeldt op het wedstrijdformulier de benodigde gegevens (doelpunten, waarschuwingen, tijdelijke uitsluitingen, diskwalificaties en definitieve uitsluitingen).

  3. De tijdwaarnemer controleert:


  4. a) de speeltijd (2:1, 2:2, 2:4, 2:7); de scheidsrechters beslissen wanneer de klok moet worden gestopt en wanneer deze weer verder moet lopen (2:4)

    b) een juiste bezetting van de wisselbank (4:1)

    c) samen met de secretaris het betreden van het speeloppervlak door aanvullende spelers (4:3)

    d) het verlaten en betreden van het speeloppervlak door wisselspelers (4:4-5)

    e) het betreden van het speeloppervlak door een ongerechtigde speler (4:6)

    f) de tijd van uitsluiting van de tijdelijk uitgesloten spelers (17:4).

    Als geen elektronische klok met automatisch eindsignaal aanwezig is, geeft de tijdwaarnemer bij de rust en bij het einde van de wedstrijd een duidelijk fluitsignaal.

  5. Bij een speeltijdonderbreking moet de tijdwaarnemer de gespeelde of de nog resterende speeltijd doorgeven aan de verantwoordelijke teamleiders (behalve wanneer een elektronische klok aanwezig is).


  6. Voor zover de elektronische klok niet ingericht is voor het aangeven van de tijden van tijdelijke uitsluitingen (bij IHF-wedstrijden tenminste drie per team), vult de tijdwaarnemer de tijd waarop een tijdelijk uitgesloten speler het speeloppervlak weer mag betreden en diens shirtnummer op een kaart in, die op de tijdwaarnemerstafel opgesteld wordt. Is deze opstelling niet mogelijk, dan wordt de kaart aan de verantwoordelijke teamleider overhandigd.


Terug naar de vorige pagina