regel 9: Het maken van een doelpunt

  1. Een doelpunt is gemaakt wanneer de bal de doellijn in volle omvang is gepasseerd, mits er voor of tijdens de worp door de werper of een medespeler geen overtredingen zijn gemaakt.


  2. Gaat de bal het doel in, ondanks dat een speler van het verdedigende team een overtreding heeft gemaakt, dan moet het doelpunt worden toegekend. Hebben de scheidsrechters of de tijdwaarnemer het spel onderbroken voordat de bal in volle omvang de doellijn is gepasseerd, dan mag geen doelpunt worden toegekend. Een bal die in het eigen doel terechtkomt, telt als doelpunt voor de tegenstander tenzij de bal eerst de achterlijn was gepasseerd.


    Toelichting

    Wordt een op het doel geworpen bal afgeweerd door iemand die niet aan het spel deelneemt (toeschouwer etc.), dan moet een doelpunt worden toegekend, als de scheidsrechters ervan overtuigd zijn dat de bal zonder dit ingrijpen wel in het doel zou zijn gegaan.

  3. Wanneer de scheidsrechters een doelpunt hebben toegekend en voor de uitvoering van de beginworp hebben gefloten, dan kan het doelpunt niet meer worden geannuleerd.

  4. Klinkt tussen een doelpunt en de beginworp het eindsignaal, dan moeten de scheidsrechters duidelijk aangeven dat er een geldig doelpunt is gescoord. De beginworp wordt dan niet meer uitgevoerd.


    Toelichting

    Een door de scheidsrechters toegekend doelpunt wordt zo spoedig mogelijk op het scorebord vermeld.

  5. Het team dat meer doelpunten heeft gescoord dan het andere team, is winnaar.


  6. Hebben beide teams een gelijk aantal doelpunten of geen doelpunten gescoord, dan is de wedstrijd onbeslist.


Terug naar de vorige pagina