regel 5: De doelverdediger
- Een in het doel ingezette speler mag, nadat hij van speelkleding heeft gewisseld, op ieder moment
als veldspeler worden ingezet. Dit geldt ook voor het inzetten van een veldspeler als doelverdediger.
De doelverdedigerswissel moet vanuit de wisselruimte plaatsvinden.
Het is de doelverdediger toegestaan:
bij het afweren in het doelgebied de bal met alle lichaamsdelen aan te raken;
zich in het doelgebied onbeperkt met de bal te bewegen (zie echter 16:3b)
het doelgebied zonder bal te verlaten en op het speelveld mee te spelen. Voor hem gelden in dat
geval de spelregels voor de in het veld spelende spelers (zie echter 5:12).
Het doelgebied wordt als verlaten beschouwd, zodra de doelverdediger met een deel van het
lichaam de vloer (veld) buiten de doelgebiedlijn aanraakt;
bij het afweren het doelgebied, met de niet onder controle gebrachte bal, te verlaten en
daarmee op het speelveld verder te spelen.
Het is de doelverdediger niet toegestaan:
bij het afweren, de tegenstander in gevaar te brengen
de onder controle gebrachte bal opzettelijk over de eigen achterlijn te spelen (13:1b)
het doelgebied met de onder controle gebrachte bal te verlaten (13:1b)
na het uitwerpen de bal buiten het doelgebied weer aan te raken zonder dat een andere speler de
bal eerst heeft aangeraakt (13:1b)
de buiten het doelgebied op de grond liggende of rollende bal aan te raken, zolang hij zich
in het doelgebied bevindt (13:1b)
de buiten het doelgebied op de grond liggende of rollende bal in het doelgebied te halen
(14:1b)
met de bal vanuit het speelveld in het doelgebied terug te keren (14:1b)
de zich in de richting van het speelveld bewegende of in het doelgebied liggende bal met
het onderbeen of de voet aan te raken (13:1b)
bij de uitvoering van een 7 - meterworp de doelverdedigersgrenslijn (4 - meterlijn) of de
verlenging daarvan te overschrijden, voordat de bal de hand van de werper heeft verlaten (14:9).
Toelichting
Zolang de doelverdediger een voet achter of op de doelverdedigersgrenslijn (4 - meterlijn) op de
grond heeft, is het hem toegestaan, de andere voet of een ander lichaamsdeel in de lucht over
deze lijn heen te bewegen.
|